Vorige
Volgende
 
Verhaal van
Huite Zonderland , bestuurslid bij de KNGU en trotse vader van Epke, Johan, Herre en Geeske

Een trotse ouder"

Talloze bestuurders, trainers en coaches volgen een cursus, bijscholing of workshop binnen het programma ‘Samen naar een veiliger sportklimaat'.Daar zijn we ontzettend trots op. Welke stappen zetten gymclubs? Hoe ervaren bestuurders, coaches, vrijwilligers en ouders het programma-aanbod? Vandaag is Huite Zonderland aan het woord. Bestuurslid van de KNGU en trotse vader van Epke, Johan, Herre en Geeske.

Vier jonge kinderen die allemaal willen sporten. Hoe houdt u iedereen tevreden? 
 “We hebben vier kinderen. Bij ons is de filosofie: wanneer kinderen eenmaal kunnen bewegen, laten we ze kennismaken met gymnastiek. Dat is goed voor de ontwikkeling. Geeske - de zus van Epke, Johan en Herre - ging als eerste op gymnastiek. De jongere broers gingen vaak mee en kwamen daardoor op een natuurlijke manier in aanraking met de gymsport. Wij hebben thuis nog filmopnamen waarin de broers de oefeningen van hun zus becommentariëren. Mooi materiaal! Al snel waren de jongens ook in de gymzaal te vinden. Mensen om ons heen zagen het talent, gaven ons advies en geleidelijk aan groeiden de jongens waarbij ook de frequentie en de intensiteit van trainingen steeg. Dat is niet zozeer omdat wij dat wilden, maar omdat ze er zelf plezier aan beleefden. Overigens is er wel een fase geweest waarin Epke minder enthousiast was, op achtjarige leeftijd. Hij wilde meer tijd hebben voor vrienden. In goed overleg met de coach hebben we bepaald dat hij op woensdagmiddagen niet meer kwam sporten, zodat hij met zijn vrienden kon spelen. Kinderen stimuleren, betekent ook ruimte geven op momenten wanneer je dat nodig acht.”

Hoe kijkt u naar de ontwikkeling van jonge sporters?
“Door ook te kijken naar de ontwikkeling als mens. Dat gaat verder dan alleen de ontwikkeling op sportief vlak. Ik ben ervan overtuigd dat het goed is jonge kinderen zo lang mogelijk te laten gedijen in een vertrouwde omgeving. Het onderhouden van sociale contacten met leeftijdsgenoten, ook buiten de gymnastiek om, vinden we heel belangrijk. Zo hebben Herre en Johan lang gevoetbald en volgden alle vier de kinderen muzieklessen. Al die verschillende ervaringen en contacten vormen je. Daarom waren wij er ook geen voorstander van toen onze jongens op jonge leeftijd werden gevraagd hun intrek te nemen in Papendal. Dan is het alleen nog turnen wat centraal staat. Wij wilden voorkomen dat er naast turnen een zwart gat zou ontstaan. Mijn advies is, start zo dicht mogelijk in de buurt.” 

Wat zijn voor u belangrijke criteria bij de keuze van een sportclub?
“Het spreekt vanzelf dat dat een club is waar jezelf kunt zijn, je prettig voelt en waar je je het beste uit jezelf kunt halen. Verder is sporten met anderen belangrijk. Veel mensen denken wellicht dat turnen een individuele sport is, maar het tegendeel is waar. Natuurlijk, in een wedstrijd lever je zelf de prestatie op de mat, maar de weg er naartoe is wel degelijk een teamprestatie. Je haalt elkaar thuis op, je traint met elkaar en krijgt waardering voor elkaar. Ik kan me nog wel herinneren dat we zomers achtereen campings in het land afreden waar leden van de club gymdemonstraties verzorgden. Dat zijn momenten die je bijblijven, je maakt vrienden voor het leven.”

Wat is uw wens voor 2015?
“Een veiliger sportklimaat staat op de agenda, we weten welke stappen we moeten zetten om dat te bereiken. Maar weten hoe het moet is iets anders dan het ook daadwerkelijk doen. Mijn wens voor 2015 is dat we sportend Nederland blijven motiveren en stimuleren. Dat proces kost tijd en we moeten niet verslappen. Je ziet dat bewustwording groeit. Laten we dat vasthouden.”