Vorige
Volgende
Veilig sporten

Sport als opvoedingsmilieu: ‘denk vanuit het kind’

Sportbeoefening strekt veel verder dan simpelweg een techniek onder de knie krijgen. Het draait om motorische en fysieke vaardigheden, maar zeker ook om plezier, persoonlijke ontwikkeling en veiligheid. Het ontwikkelen van psychosociale vaardigheden vergt een andere manier van kijken, denken en handelen bezien vanuit het technisch kader.

Hoe gaat de KNGU om met de onomkeerbare transitie van een aanbod gestuurde beweging naar een ontwikkelingsgericht sportklimaat, waarbij het didactische en pedagogische karakter van de turnsport centraal staat?

Jonge ontwikkelsport

Turnen is een jonge ontwikkelsport. Talentselectie vindt al op zeer jonge leeftijd plaats en de mentale weerbaarheid van piepjonge talentjes wordt vaak meerdere malen op de proef gesteld. Ze zijn vaak van huis, brengen veel uren bij de club door en zijn afhankelijk van hun coach of trainer. Zo’n kwetsbare groep vergt extra aandacht voor een positief topsportklimaat. Het gaat tenslotte om extreem jonge sporters. Hoe borg je dit binnen de gymsport? Marieke van der Plas, algemeen directeur bij de KNGU, noemt een positieve pedagogische visie een van de belangrijkste speerpunten van de KNGU voor de komende jaren. Ze vraagt zich af hoe het een collectieve verantwoordelijkheid wordt zonder regels op te leggen. “Ik heb het liefste een ‘zelfreinigende’ manier. Daarmee bedoel ik: elkaar aanspreken. Zonder een systeem van regels waar mensen helemaal niet vrolijk van worden. Want daar wordt de sport niet leuker door.”

In gesprek met kind

Van der Plas is van oorsprong pedagoge en voelt een enorme drive om het welzijn van het kind voorop te zetten. “Ik voel me vanuit de sport verantwoordelijk voor het kind. We kunnen niet zeggen ‘God zegen de greep dat het goed gaat bij clubs’. We claimen onze positie dat sport goed is voor kinderen. Dan moeten we ook aan de bak als we dat vinden.” Ze onderstreept het belang van een genuanceerd dialoog met alle betrokkenen, waarbij de jonge sporter centraal staat. “We zijn met z’n allen verantwoordelijk voor het kind. Dus als je kijkt naar de ontwikkeling van zo’n kind: wat vinden we dan acceptabel en wat juist niet? We moeten afspraken maken en vooral in gesprek gaan met het kind in de zin van ‘geef ruimte aan het kind om te zeggen: dit wil ik niet!’ Van der Plas noemt als voorbeeld de aangepaste regelgeving voor het dragen van een turnbroek(je). Sinds 2018 mogen turnsters een turnbroekje dragen tijdens wedstrijden zonder aftrek in de beoordeling. Vooral jonge meiden voelden zich erg onzeker bij hun gymtenue en door deze relatief kleine aanpassing is gebleken dat hun zelfvertrouwen is gegroeid.

‘GEEF RUIMTE AAN HET KIND OM TE ZEGGEN: DIT WIL IK NIET!’

Brede verantwoordelijkheid

“Het is een maatschappelijke discussie en een brede verantwoordelijkheid”, beaamt ook Nicolette Schipper-van Veldhoven, lector Sportpedagogiek bij Hogeschool Windesheim en  programmamanager Onderzoek en Innovatie bij NOC*NSF. Schipper-van Veldhoven, medeauteur en -redacteur van het boek ‘Een pedagogisch sportklimaat’, is van huis uit gym-juf en orthopedagoog en groot voorstander van verdere pedagogisering van de jeugdsport. Ze is ‘met haar lectoraat op  missie’ zoals ze het zelf zo mooi verwoordt. “Ik kom zelf uit alle geledingen van de sport en heb veel goede dingen gezien, maar óók wat een trainer voor een groep fout kan doen en welke gevolgen dat heeft. Alle stakeholders zijn medeverantwoordelijk voor een pedagogisch klimaat. Coaches, trainers maar ook jury- en bestuursleden. Kortom, de hele vereniging.” Ook het Nationaal Sportakkoord onderstreept het belang van een positieve sportcultuur.

 ‘DE HELE VERENIGING IS VERANTWOORDELIJK VOOR EEN PEDAGOGISCH KLIMAAT’

“Als je sportcoach/-trainer wilt zijn voor jeugdigen, dan moet je met kinderen willen werken en ze willen helpen in hun ontwikkeling. Als je dat niet wilt, kan het grote (negatieve) gevolgen hebben en moet je er niet aan beginnen. Denk vanuit het kind. Kids first!”, is het mantra van Schipper-van Veldhoven. Schipper-van Veldhoven pleit dan ook voor strengere eisen voor het kader. “Elke trainer volgt een technische cursus, waarom ook niet op pedagogisch vlak?”, vraagt ze zich af. Sport noemt zich niet voor niets het derde opvoedingsmilieu. “‘Wij zijn niet voor de opvoeding’ hoor je nog veel bestuurders zeggen. Echter, als je in het veld optrekt met kinderen, voed je altijd op. Dus je moet éérst willen gaan opvoeden. Anders kan het onverwachte negatieve gevolgen hebben. De voorbeelden van seksuele intimidatie zijn schrijnend. Maar pesten is nog een veel groter probleem. Het zit op alle fronten van grensoverschrijdend gedrag.” Ze schetst het voorbeeld van een vraag uit de praktijk. De trainer in kwestie ziet dat een meisje er helemaal doorheen zit. Ze heeft alles al geprobeerd, allerlei technische vragen gesteld. Op de vraag of de trainer al eens aan het meisje gevraagd heeft hoe het met haar gaat, blijft het stil. “Die vraag past bij het zorgklimaat (één van de vier pilaren van een pedagogisch sportklimaat). Je ziet dus dat je trainers handvaten moet geven hoe ze mensen moeten begeleiden en op welk niveau ze vragen kunnen stellen”, licht Schipper-van Veldhoven toe.

“Topsport en pedagogiek gaan niet samen? Hoezo niet?”, antwoordt Schipper-van Veldhoven stellig op de vraag of dit ook werkt bij topsport. Ze noemt het een ‘oud adagio’. “Drillen, afzien, tegen een stootje kunnen, weerstand overwinnen. Dat kan allemaal, maar op een andere positievere wijze. De trainer moet het beste voor de kinderen willen. En niet voor de sport op zich. Daar moet hij zijn beslissingen op baseren. Het mooie is: deze pedagogische benadering verbetert ook de prestaties. Je krijgt steeds meer coaches die dat begrijpen. Kijk maar eens naar Raemon Sluiter of Foppe de Haan. Het gaat om het kind versterken, empoweren!”

Van kind-imago naar volwassensport

Empowerment noemt ook Gerben Wiersma, bondscoach van de nationale vrouwenploeg. Hij omarmt het gedachtegoed achter een vriendelijk topsportklimaat. Als geen ander weet hij hoe belangrijk het is om de topsporter centraal te zetten en als turncoach op de achtergrond te blijven. De visie van zijn team is helder. “Ons doel is structurele internationale successen behalen in een veilig, gezond en vriendelijk sportklimaat. Wij streven ernaar om de 5 P’s van plezier, passie, professionaliteit, presenteren en presteren altijd zichtbaar te tonen.” Damesturnen staat bekend als een gereguleerde meisjessport. Daar moet verandering in komen, vinden alle betrokken binnen de topturnsport. Niet in de laatste plaats gedragen door de topturnsters zelf. Twee maanden geleden spraken ze dit nog gezamenlijk uit: ‘We willen het imago van onze turnsport veranderen: van kind-imago naar een volwassensport.’ 

‘HET IMAGO VAN TOPTURNEN MOET VERANDEREN’

Wiersma schetst het voorbeeld van gespreksmomenten die tijdens elke centrale training gecreëerd worden, waarin de sporters samen met de coach in een kringgesprek bespreken wat hen bezighoudt. Ze voelen zich veilig om te delen wat hen dwarszit. De saamhorigheid is groot. “Het bijzondere hieraan is dat de sporters daadwerkelijk samen met hun coaches nadenken over dit soort onderwerpen. Dat gebeurt nergens ter wereld. Daar ben ik van overtuigd.” Wiersma geeft daarnaast aan dat er extra zorgvuldig wordt omgesprongen met de oudste sporters. Het behoud van meerderejaars senioren is een van de speerpunten binnen het topsportbeleid.

Rol ouders

“Er is overigens óók een belangrijke rol weggelegd voor de ouders”, geeft Schipper-van Veldhoven aan. “Het verbaast me altijd, dat ouders veel navraag doen bij scholen en kinderopvang voordat ze hun kind daarnaartoe brengen en dat ze hun kind bij een sportclub gewoon ‘over de schutting gooien’. ‘Heeft de trainer een VOG?’ vindt men een rare vraag. Terwijl de impact van een coach op kinderen mega is. Als ouders anders gaan vragen, dan gaat de club ook  mee in deze verandering.” Van der Plas: “We merken soms dat ook ouders niet goed luisteren naar hun zoon of dochter. Ze zijn teveel gericht op prestaties en pushen hun kind richting topsport en verliezen daardoor nog wel eens het welzijn van hun kind uit het oog.”

 ‘IMPACT VAN EEN COACH OP KINDEREN IS MEGA’

Positieve aanpak door trainers en coaches

Tijdens het landelijk congres The Coach en de bestuurdersbijeenkomsten ‘The Connection’ in 2018 kwam een positief sportklimaat uitgebreid aan bod. Coaches en trainers zien het nut ervan in en merken dat het leuk is om hier bewust mee bezig te zijn. En dat het werkt. Maar het gaat niet vanzelf. Het vergt inzet en energie. Bestuurders onderstrepen het belang van dit thema. In de opleidingen en bijscholingen van de KNGU wordt al aandacht besteed aan de pedagogische aspecten voor trainers, coaches en assistenten. Met haar huidige pedagogische visie scherpt de KNGU dit verder aan.

Ook Joyce Lamme, bestuurslid Technische Zaken en trainster bij gymvereniging SIU Heerhugowaard, ervaart de kracht van een positieve aanpak. Ze draait van jongs af aan mee in de gymwereld en geeft nog altijd ‘blij les’. In de loop van de jaren ontdekt Lamme dat ze het doel en de omgang met de kinderen belangrijker vindt dan het niveau. Rond haar 17e denkt ze ‘het zal er wel bij horen’ als er wordt geschreeuwd of een kind onder druk wordt gezet. “Een tikkie naïef”, zegt Lamme. Nu weet ze wel beter. “Het gaat om het kind. Ik wil dat hij blij naar huis gaat. Ik ben niet alleen trainer, maar ook psycholoog. Elk kind heeft zijn eigen gebruiksaanwijzing. Als een trainer naar mij toekomt en zegt ‘Dat meisje beheerst mijn hele les. Kan ik haar eruit zetten?”, dan adviseer ik in gesprek te gaan met de ouders. Want zo’n meisje moet ook de kans krijgen. Vaak zijn er dan toch mogelijkheden. Soms stopt een kind, maar dan wel altijd in overleg met de ouders.” Lamme geeft aan dat er veel jonge enthousiaste trainers binnen haar club actief zijn, die nog veel te leren hebben op pedagogisch vlak. Het bestuur wil een avond organiseren voor alle leidinggevenden met als thema ‘omgang met kinderen en ouders’. Vanuit de KNGU verwacht ze tools en bijvoorbeeld de aanwezigheid van een ervaringsdeskundige om de technische leiding mee te nemen hoe ze dit soort zaken stapsgewijs en structureel kunnen aanpakken.

“IK BEN NIET ALLEEN TRAINER, MAAR OOK PSYCHOLOOG”

Samenwerking KNGU en KNVB

De KNGU heeft, in samenspraak met NOC*NSF, de handen ineengeslagen met de KNVB. Gezamenlijk zijn de twee ambitieuze sportbonden van plan om met behulp van een speciaal aangestelde programmaleider in 2019 en 2020 de beweging rondom de pedagogische visie landelijk verder in gang te zetten en activiteiten uit te rollen. Daarbij gaat het om alle disciplines van de KNGU.

Aanpassing onderdelen wedstrijdsysteem

Een positief sportklimaat gaat véél verder dan alleen het voorkomen van misverstanden. Het gaat om gedragsverandering en een totale cultuuromslag. Dit vergt vernieuwingskracht binnen de algehele gymsport. De verantwoordelijkheid ligt bij iedereen. Van ouders tot trainers. Van bestuurders tot sportbond. Van der Plas benadrukt dat er al veel goede initiatieven plaatsvinden en dat er tegelijkertijd nog een lange weg te gaan is. Ze hoopt dat het doordringt bij alle betrokkenen dat het gevoel van jonge sporters en wat zij fijn vinden op nummer één staat. “We hebben het vooral over de mentale belastbaarheid. Over grenzen verleggen. Maar het gaat óók over de fysieke ontwikkeling. En over de aanpassing van een aantal onderdelen binnen het huidige wedstrijdsysteem, dat nu vooral geënt is op fouten. Puntenaftrek is nou niet bepaald opbouwend te noemen. Zijn bijvoorbeeld smileys voor het jonge kind een alternatief?”

Ontregel Dutch Gymnastics

De KNGU-directeur doet een oproep aan alle betrokkenen binnen de gymsport om zaken nog meer ter discussie te stellen en in actie te komen om deze noodzakelijke beweging verder op gang te brengen. “Sluit ons huidige systeem nog wel aan bij het welzijn van het kind of kan het anders? Waarom doen we wat we doen? Neem dingen niet zomaar aan. Kom in actie en ontregel Dutch Gymnastics*!”

* Dutch Gymnastics is de community van gymsportend Nederland. In dit gymsportnetwerk draait het om fun, samen en groei. De gymsport staat voor passie en verbroedering en vormt het fundament voor een leven lang plezierig en gezond bewegen. Een warm en veilig sportklimaat is hierbij het vertrekpunt.

Dit artikel komt terug in:

VSK